Category: Internet

Monopoly van de zoekmachine

Vaak wordt er gesproken over het monopoly van de zoekmachine. We hebben het hier dan meestal over de positie van Google op het internet, niet verwonderlijk dat deze in de loop der jaren de bijnaam “Big G” meekreeg. Dat zoekmachines een selectie moeten maken is vanzelfsprekend maar is het wel correct dat eenzelfde partij de spelregels opstelt?

Stel dat je aan het hoofd staat van een onderneming. Dan heb je er natuurlijk alle belang bij dat je product onder de aandacht komt. Wie de hoogste positie weet te behalen binnen de zoekresultaten geniet vanzelfsprekend van meer bezoekers. Natuurlijk is het internet lang niet de enige manier om potentiële klanten te benaderen en ook andere bronnen van bezoekers zijn perfect mogelijk. Maar we kunnen stellen dat de zoekmachine op die manier toch mede de toekomst van je bedrijf kan bepalen. Deze opdracht dient dan ook met de grootste zorg te worden uitgevoerd. Het model van de zoekmachine is gebaseerd op het aanbieden van relevante content voor een specifieke zoekopdracht. Het succes hiervan hangt af van de tevredenheid van diens gebruiker. De zoekmachine heeft er dus alle belang bij om de meest relevante resultaten naar voor te schuiven. De zoekmachine fungeert net als anderen op het internet ook simpelweg als website, zijn de bezoekers niet tevreden dan keren die ook niet terug. Net daarom is de selectieprocedure zeer uitgebreid.

We zijn nooit 100% zeker dat menselijke invloeden uitgesloten zijn, wel weten we dat de zoekresultaten positief scoren bij de gebruiker. En zo kunnen we over de gehele lijn concluderen dat de zoekmachine met vlag en wimpel slaagt in zijn maatschappelijke opdracht. Een kritische kijk op het vervullen van deze opdracht zal echter nodig blijven.

Website als vertegenwoordiging

Zoals menig surfer ongetwijfeld al heeft ondervonden, moeten we op het internet nog steeds onderscheid maken tussen feiten en meningen. Een kritische blik blijft ongetwijfeld een must. Al wordt de betrouwbaarheid van informatie ook vaak onderschat. Zo hanteert bijvoorbeeld de online encyclopedie Wikipedia het open source principe dat gebaseerd is op collectieve intelligentie. Met andere woorden maakt het gebruik van de kennis van al zijn gebruikers die op hun beurt elkaar gaan controleren en verbeteren.

Maar we kennen in deze digitale tijden meerdere bronnen van informatie. Op de website van onze favoriete krant kunnen we op elk moment van de dag het laatste nieuws raadplegen. Met Google Scholar kunnen we wetenschappelijk onderbouwde studies raadplegen. Via social media kanalen volgen we onze favorieten op de voet en blijven we steeds op de hoogte van hun doen en laten. Onze vrienden, kennissen en familie delen wat zij al beoordeelden en zo is een overvloed aan gegevens en informatie ontstaan die vandaag de dag al een heuse selectie vraagt van zijn lezer. Op het internet zoals we het nu kennen worden we niet enkel overspoeld met informatie maar sturen deze zelf ook de wereld in. Hiervoor dien je enkel het juiste medium te kiezen en je kunt vaak al geheel kosteloos je boodschap publiek maken.Maar hoe zorgen we ervoor dat onze boodschap de juiste doelgroep bereikt?

Online kennen we een brede waaier aan mogelijke communicatiekanalen. De meest voor de hand liggende manier om hier aanwezig te zijn was altijd al onder de vorm van een website. Maar is dit nog wel het geval anno 2014? Is een website nog wel nodig met de dominante rol die social media sinds enkele jaren inneemt?


 Wat zijn vandaag de ‘grote’ pluspunten van een eigen website?

Op een eigen website bepaal je zelf de uitstraling en is profileren binnen je markt eenvoudiger.

Je leert je bezoeker en zijn wensen echt kennen. Zo kun je door het gebruik van Google Analytics heel nauwkeurig allerhande informatie opvragen over diens gedrag. Je komt te weten hoe een bezoeker op je website terechtkwam en vooral waar hij/ zij echt naar op zoek is. Zoekopdrachten liegen niet, ze tonen wat iemand echt wilt.

Websites werken 24/24 en zo ben je altijd beschikbaar met informatie. Social media werkt hierin beperkend aangezien je zelf mensen te woord moet staan.

Je bent niet afhankelijk van de goede werking van andere platformen.

Een goedwerkende en hedendaagse website blijft een basis voor iedereen die zijn boodschap online wenst te verkondigen aan het grote publiek. Op die manier ben jijzelf of je bedrijf op professionele wijze aanwezig binnen je markt. Het is nog steeds een zeer rendabele manier van promotie. Laat het werken in combinatie met social media of andere en kom tot een goedwerkende online marketingmix.


 

Internet door de jaren heen

Om de geschiedenis van het internet beter te begrijpen, moeten we teruggaan naar het jaar 1969. In dat jaar ontstond: “Arpanet”. Arpanet was een computernetwerk dat ontwikkeld werd door het Amerikaanse ministerie van Defensie. Dit is niet buitengewoon want de geschiedenis leert ons dat innovatie vaak voortkomt uit militaire ontwikkelingen. Zo kende bijvoorbeeld het Duitse Siemens grote groei tijdens WO I, dit komende door de grote vraag naar geavanceerde communicatietechnologie. Laten we bekijken hoe het Amerikaanse ministerie van Defensie het startschot gaf voor internet zoals wij het kennen.

Het Amerikaanse Arpanet had als doel om verschillende onderzoeksinstellingen die aan militaire projecten werkten, beter en vooral niet afluisterbaar met elkaar te laten communiceren. Het principe was hier een pakketgeschakeld netwerk dat in staat was om gegevens op te splitsen in kleinere pakketten en deze op de ontvangstcomputer terug samen te stellen in zijn oorspronkelijke vorm. Arpanet wordt hierdoor aanzien als de voorloper van het internet. De belangstelling voor dit netwerk groeide wereldwijd en om het netwerk ook wereldwijd te kunnen gebruiken werd in 1974 technologie ontwikkeld waarin precies bepaald werd hoe elektronische boodschappen verstuurd worden via het netwerk. Zo ontstond een standaardprotocol voor het versturen van data, genaamd TCP/ IP. In 1983 werd dit definitief en alle gegevenstransport werd vanaf dan verstuurd door middel van het TCP/ IP. Dit evolueerde verder tot in 1990 de Belg Robert Cailliau en de Brit Sir Tim Berners-Lee van de Europese organisatie voor kernonderzoek of CERN, het World Wide Web voorstelden. Ze ontwikkelden de opmaaktaal HTML en maakten de software om het te gebruiken beschikbaar voor ontwikkelaars. Hiermee worden zij de grondleggers van het internet genoemd. De komst van de webbrowser Mosaic drie jaar later zorgde ervoor dat het internet toegankelijker werd en in 1996 werd het ‘World Wide Web’ bekend bij het grote publiek.

Het internet groeide sindsdien uit van een plaats waar op statische wijze informatie wordt verschaft tot een digitale wereld die in alledaagse contacten voorziet. In de huidige maatschappij is bijna iedereen op één of andere manier online. Computers werden mobiel door de intrede van de laptop en vandaag maakt deze op zijn beurt al plaats voor de compacte smartphone of tablet. Allerhande social media platformen zoals Facebook, Twitter en Pinterest zagen het daglicht en domineren enkele jaren later de levens van miljoenen mensen. Bloggen krijgt een nieuwe vorm en iedereen deelt plotseling het verhaal van zijn leven met anderen. Online kunnen we vandaag alvast twee delen van elkaar onderscheiden. Een eerste commerciële gedeelte waarin bedrijven dagelijks met elkaar de strijd aangaan. Anderzijds is het een digitale omgeving waarin men kan vertoeven en er woord en beeld met elkaar deelt. En hoewel deze twee werelden elkaar voortdurend beïnvloeden en overlappen, kunnen ze toch nog steeds aanschouwd worden als afzonderlijke entiteiten. Mooi toch, hoe het World Wide Web alles en iedereen in de mogelijkheid stelt om met de wereld in verbinding te staan.

Zoekmachines voor beginners

google-g-logoWe keren terug naar de grondvesten van het internet zoals het oorspronkelijk gebruikt werd door het grote publiek. Het toenmalige doel was uitsluitend het verschaffen van informatie. Nog voor het bestaan van de zoekmachines, ontstonden er zo allerlei startpagina’s. Deze pagina’s waren een door mensen gemaakte verzameling van websites die een zo compleet mogelijk overzicht dienden te geven van de online bronnen van informatie. Tot op heden worden deze nog steeds gebruikt maar dan op veel kleinere schaal. En de pagina’s zijn nu vaak zo geordend dat ze per onderwerp een overzicht trachten weer te geven van de spelers binnen die specifieke markt. Ze zijn echter beperkend doordat ze gevormd worden door de hand van mensen.

Vandaag hangen we niet langer af van deze pagina’s en we starten onze zoektocht naar informatie met de zoekmachine(bv. Google, Yahoo of Bing) die onze voorkeur geniet. Deze geeft ons in één klap een overzicht van zoekresultaten weer waarvan we maar al te vaak de graad van waarheidsgetrouwheid in verbinding stellen met de plaats binnen deze zoekresultaten. Hoe hoger de positie van het resultaat hoe meer wij ervan uitgaan dat die net iets meer te vertellen heeft dan de volgende.

Maar hoe wordt bepaald wie welke positie krijgt in de resultaten?

De zoekmachine beschikt vanzelfsprekend niet over een team dat iedere dag opnieuw alle websites aan een manuele screening onderwerpt. Door de aanwezigheid van wereldwijd bijna vier biljoen webpagina’s wordt dit een hopeloze taak en er zou door de tussenkomst van mensen opnieuw teveel ruimte voor discussie ontstaan. Zo hanteert Google een vooraf bepaalde lijst van controlepunten om een website te beoordelen, de rankschikking kan hiermee op geautomatiseerde wijze gebeuren. Hier is bijvoorbeeld de online populariteit van een webpagina van groot belang. Wat iemand als positief heeft ervaren, geniet voor anderen hoogstwaarschijnlijk ook steeds de voorkeur. Door deze manier van benaderen wordt het mogelijk de meest relevante pagina’s voorop te plaatsen voor een specifieke zoekopdracht. Het principe dwingt zo webmasters ertoe hun aanbod steeds te verbeteren. Want wie zijn bezoeker het beste weet te bekoren die zal naar alle waarschijnlijkheid ook de hoogste positie behalen binnen de resultaten.

In verdere artikels bekijken we meer uitgebreid welke factoren nog cruciaal zijn om deze rankschikking gunstig te beïnvloeden. Logischerwijs komen we dan ook meer te weten over de uitwisseling van informatie langs de verschillende online kanalen.